De hauntologische maatschappijkritiek van Mark Fisher

De heruitvinding van de toekomst (deel 1)

Mark Fisher leefde als een intellectueel aan de rand van de samenleving. Toch schreef hij de meest relevante maatschappijkritiek van onze tijd. Fisher zag in dat het consumentenkapitalisme geen emancipatorische toekomst kan bieden. Onze taak is de heruitvinding van de toekomst: de constructie van een project dat bouwt op de trauma’s en mogelijkheden van vandaag.i

Beeld: Chris Heppell

Haunt-ologie. Letterlijk: de logica van spoken die rondwaren, ons op de hielen zitten en achterna jagen. Filosofie: ‘The time is out of joint.’

‘I repeat, I re-cite: hauntology is the closest thing we have to a movement, a zeitgeist, at the moment.’ Mark Fisher, intellectueel, criticus, pende deze zin neer in oktober 2006, op het hoogtepunt van de euforie over de vitaliteit van het Britse consumentenkapitalisme. De oorlog in Irak was de grote zwarte vlek van die periode, maar economisch en sociaal zwaaide het liberale vooruitgangsoptimisme van New Labour de plak: geliberaliseerde markten (gegeven wat sociale ondersteuning) was het ongecontesteerde model van de tijd. Hoe was het mogelijk dat Fisher net deze periode als hauntologisch bestempelde?

De verdwijning van de toekomst

De term hauntologie werd geponeerd door Jacques Derrida in Spectres de Marx. Hauntologie duidt een bepaalde aanwezigheid van ‘een virtualiteit’ in het heden aan die (als spoken) op vreemde wijze verwijst naar vroegere tijden. Fisher sprak soms van onverwerkte verledens die zich opnieuw opdringen in het nu. Wat Little Axe’s album Stone Cold Ohio bijvoorbeeld hauntologisch maakt is de her-manifestering van de onderdrukking van zwarte slaven in het nu: ‘For Little Axe, as for the bluesmen and the Jamaican singers and players they channel, hauntology is a political gesture: a sign that the dead will not be silenced.’ii Onverwerkte verledens vloeien doorheen hedendaagse onrechtvaardigheden en zetten temporele en sociale stabiliteiten op losse schroeven.

Hauntologie is niet synoniem met enige vorm van nostalgie naar verleden tijden. Vanwaar dan deze fascinatie met de spoken uit het verleden? Een van Fisher’s centrale uitgangspunten is dat onze hedendaagse tijd wordt gekenmerkt door wat Franco Berardi ‘the slow cancellation of the future’ noemde: het idee dat onze tijd amper vernieuwing kent.

In de culturele logica van het laatkapitalisme haalt herhaling het van vooruitgang, wordt stagnering gemaskeerd als vernieuwing.

De eerste manifestatie van dit fenomeen vond plaats in de populaire muziek, die volgens Fisher op vreemde wijze excelleert in het hedendaags recycleren van oudere stijlen. De ‘retro-hits’ die Mark Ronson producete voor Amy Winehouse (Valerie) en Bruno Mars (Uptown Funk) gelden als paradigmatisch voorbeeld, maar ook de Arctic Monkeys en Adele vallen eenvoudig binnen deze categorie: ‘Like so much contemporary cultural production, Adele’s recordings are saturated with a vague but persistent feeling of the past without recalling any specific historical moment.’

Voortgaand op het werk van Frederic Jameson, noemt Fisher het gebrek aan innovatie binnen populaire muziek een typisch fenomeen van de culturele logica van het laatkapitalisme, waar herhaling het haalt van vooruitgang, waar stagnering wordt gemaskeerd als vernieuwing. Sinds de financiële crisis en de opblazing van de consumentenbubbel op basis van private schuld heeft de trage uitschakeling van de toekomst zich ook definitief en ontegensprekelijk vertaald naar het economische domein. Economen noemen dit ‘seculiere stagnatie’. Een voorbeeld: in het Verenigd Koninkrijk liggen reële lonen in 2017 nog steeds zo’n 10% lager dan in 2007.iii

Beeld: Chris Heppell

Keren we van hieruit terug naar de stelling dat onze tijd essentieel hauntologisch is. Hij kan nu beter begrepen worden, niet als een hang naar het verleden, maar als het verdwijnen van het idee van een bevrijdende en geëmancipeerde toekomst.  Culturele stagnatie, economische groei die niet doorsijpelde naar gewone gezinnen en de verveling van een leven dat teert op leeg consumentisme. Kortom: we are stuck in the present. Hier ligt de kern van Fishers karakterisering van Groot-Brittannië in de 21ste eeuw.

In het Verenigd Koninkrijk werd het hauntologische decor bij uitstek Zuid-Londen, waar Fisher als leerkracht en onderzoeker werkte. Zuid-Londen belichaamt als geen ander een stil verdriet doorheen de drukte en chaos van mensen, levensstijlen, winkels en autowegen: een verdriet niet zozeer over wat het is, nu, maar wat het had kunnen zijn. In zijn befaamde recensie van Burial’s LP (2005) karakteriseert Fisher Zuid-Londen als ‘the faded tag of a ten year-old kid whose Rave dreams have been crushed by a series of dead end jobs.’iv

Kapitalistisch realisme

Deze thema’s vinden hun politiek expliciete uitdrukking in Fishers essay Capitalist Realism, ongetwijfeld één van de meest stimulerende en inzichtvolle teksten die verschenen is sinds de financiële crisis – het type werk dat iedere vijf pagina’s voldoende materiaal biedt om enkele dagen mee rond te komen. Fisher beschrijft kapitalistisch realisme als de onmogelijkheid op het niveau van het publieke bewustzijn om zich een alternatief in te beelden aan (de huidige vorm van) het kapitalisme.

De financiële crisis in 2008 werd in Europa geen katalysator voor politieke verandering, maar versterkte enkel de verstikkende grip van anti-democratische krachten in functie van het kapitaal: besparingen in sociale diensten, verdere flexibilisering van arbeid en de permanente onderdanigheid van staten aan de financiële markten. Een van de redenen waarom dit gebeurde, aldus Fisher, is dat men zich simpelweg niet kon inbeelden dat een grootschalig alternatief nog kan geboden worden op de huidige sociale structuren. De bekende uitspraak van Jameson beschrijft deze imaginatieve impotentie: ‘It is easier to imagine the end of the world than the end of capitalism.’

Waar de huidige tijd nood aan heeft, is de stap zetten voorbij de kritische analyse, naar hoe we uit deze culturele en ideologische impasse geraken.

Capitalist Realism kan het best gelezen worden als een diagnose van een maatschappij in volle ontkenning van zijn eigen crisis. Symptomen:

  1. Structurele problemen worden vervormd tot individuele verantwoordelijkheden en moralistisch vingerwijzen.
  2. Cynische culturele producten (zoals gangsta rap en verscheidene Hollywood films à la Wall-E) tonen de meedogenloosheid van de kapitalistische mentaliteit in personen en bedrijven, maar brengen deze boodschap in een vorm die zelf gecommodificeerd is. Bovendien voeren deze producties ons anti-kapitalisme voor ons uit, waardoor we het gevoel krijgen onszelf niet meer politiek te moeten engageren (‘omdat het protest nu toch al is gevoerd’).
  3. Het publieke geheugen in onze samenlevingen zweeft van de ene hedendaagsheid naar de andere, iedere week in de ban van het volgende fait divers. Ons collectieve geheugen zit vast, aldus Fisher, tussen enerzijds een eeuwig voortdravende hedendaagsheid, en anderzijds een vage vorm van nostalgie naar tijdsperiodes die al lang gepasseerd zijn (vb. de nostalgie naar de ‘veiligheid’ en ‘stabiliteit’ die geboden werd tijdens de eerste decennia post-WOII) (It’s hauntology, stupid!).
Beeld: Chris Heppell

Waar de huidige tijd echter nood aan heeft, is de stap zetten voorbij bovenstaande analyse, naar hoe we uit deze culturele en ideologische impasse geraken. Geïnspireerd door Slavoj Žižeks herinterpretatie van Lacan, tracht Fisher een licht te schijnen op die elementen die niet kunnen worden geïncorporeerd in de dominante ideologie (in diens spirituele én materiële vorm). Deze elementen worden le Réel genoemd, datgene dat verdrongen en gemaskeerd moet worden door de heersende ideologie om werkzaam te kunnen zijn. Klimaatverandering is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld van un Réel, een probleem (trauma) dat het gezellig glanzende discours van het liberalisme en de vrije markt doorbreekt en ondermijnt. Fisher concentreert zich op twee verdere trauma’s van het neoliberalisme: bureaucratie en mentale gezondheid.

Trauma’s van het neoliberalisme: (1) bureaucratie

Het neoliberale gedachtegoed beloofde de logge en inefficiënte overheid te transformeren door marktwerking (of marktincentieven) te introduceren in kerntaken van de overheid. Het probleem is echter dat verscheidene handelingen, sectoren en domeinen zich inherent niet lenen tot vermarkting. Verscheidene publieke sectoren, zoals onderwijs en openbaar vervoer, blijken uiterst inefficiënt en met hoge kosten te draaien wanneer ze worden geprivatiseerd.

Fisher beschrijft in detail hoe pogingen tot gedecentraliseerde controle en uitwisseling van informatie binnen het onderwijs hebben geleid tot méér controle en papierwerk. Op deze wijze bieden ze producten van mindere kwaliteit, en blijven ze afhankelijk van overheidssteun. Het hoeft niemand te verrassen dat zulke publicprivate partnerships enkel leiden tot meer bureaucratie. Maar zelfs de private markten zelf kunnen geen efficiëntie garanderen, getuige het fenomeen van de callcenter, het Kafkaëske labyrint bij uitstek, waar je als klant soms eindeloos wordt doorverwezen van de ene persoon tot de andere zonder ooit de finale figuur met autoriteit tegen te komen.

Beeld: Chris Heppell

Trauma’s van het neoliberalisme: (2) mentale gezondheid

Fishers tweede trauma van het neoliberalisme is mentale gezondheid. Depressies en burn-outs, maar ook eetstoornissen zijn natuurlijk psychische fenomenen, maar hun oorzaken zijn vaak sociaal. Al te vaak worden zij veroorzaakt door een samenleving die een onhoudbare druk uitoefent op de lichamen van individuen. Maar ook diegenen zonder uitdrukkelijke pathologieën worden diepgaand beïnvloed door de huidige controlesamenleving. Langere teksten worden te vermoeiend, aandachtsspannes korter; iedereen is tijdens pauzes wel op zoek naar zijn favoriete vorm van afleiding: tv-series, Youtube, Twitter, Facebook, nieuwssites,… Informatie worden best geleverd in fast food-vorm: snel, gesuikerd en makkelijk te verorberen tussen pauzes door.

Fisher beschrijft de mentale conditie van verscheidene jongeren vandaag als depressieve genotszucht: we worden depressief omdat we niets anders kunnen dan onze oppervlakkige verlangens bevredigen. We geraken niet uit de sleur die vervat zit in de stroom van betekenisloze Youtubefilmpjes die we zelf opzoeken. Het neoliberalisme belooft meer geluk en welzijn, maar op verscheidene wijzen ondermijnt diens mix van versnelling, flexibilisering en precarisering op maat van het kapitaal hetzelfde welzijn dat ze belooft.

De heruitvinding van de moderniteit

Sociale verandering is enkel mogelijk indien deze ideologische trauma’s worden gepolitiseerd en effectief vertaald naar een rivaliserend politiek project dat sociale verandering en vooruitgang kan belichamen.v Dit project moet ongetwijfeld modern zijn, aangezien het vooruitgang en autonomie voorop moet stellen. Deze alternatieve beweging mag zich ook niet afzetten tegen sociale en technologische ontwikkelingen, maar moet trachten hun emancipatorische potentieel te realiseren. Enkel een modern project zou voldoende erkenning kunnen geven aan de ghosts of our past, datgene dat de Britse hauntologische scene weigerde op te geven.

Boven alles, echter, moet een alternatief project een nieuwe taal introduceren die vastgeroeste noties en identiteiten overhoop gooit, zodoende een uitweg te kunnen bieden uit de depressieve sleur van het solipsisme: ‘It is miserable for all to be themselves.’ 1  Politieke moderniteit, net als cultuur, moet de mogelijkheid bieden aan individuen om te worden weggevoerd, weg van zichzelf, naar nieuwe vormen van samenleven, samenzijn, zijn.

Beeld: Chris Heppell

Begin januari 2017 pleegde Fisher zelfmoord. De depressie waar hij zijn gehele leven tegen vocht, en uitvoerig over schreef, werd hem de baas. Zijn denken vindt echter weerklank in verscheidene politieke projecten die uit de grond worden gestampt en op subversieve en disruptieve wijzen de huidige gevestigde orde uitdagen: post-work projectenxenofeminisme,  politieke kraakbewegingen, Acid Corbynism.vi

‘Emancipatory politics must always destroy the appearance of a ‘natural order’, must reveal what is presented as necessary and inevitable to be a mere contingency, just as it must make what was previously deemed to be impossible seem attainable.’2

  1. Mark Fisher, Ghost of my life: Writings on depression, hauntology and lost futures (Londen: Zero Books), p. 28.
  2. Mark Fisher, Capitalist realism: Is there not alternative? (Londen: Zero Books), p. 17.
Lorenzo Buti
Lorenzo Buti is mede-oprichter van Mondig. Hij is master in de economie aan de KU Leuven en master in de Europese studies aan de London School of Economics. Hij werkt in het academiejaar 2017-2018 een master in de wijsbegeerte (KU Leuven) af.