Filosoferen met kinderen: hoe van jongs af de macht te ondergraven

Eindtermen in het onderwijs zijn al te vaak gericht op het instandhouden van de status quo, maar onderwijs kan ook subversief zijn. Door te filosoferen met kinderen, kunnen leerkrachten volgens Emma Moormann hen een kritische en doordachte houding aanleren die tegen de gevestigde orde in kan gaan.

‘Waarom moet je luisteren naar de juf?’
Leerling 1: ‘Dan kan iedereen elkaar verstaan.’
Leerling 2: ‘En anders krijg je straf.’
Leerling 3: ‘Maar ik doe het gewoon omdat ik wat ze zegt interessant vind.’
Leerling 4: ‘Omdat ze de baas is.’
‘En waarom luister je naar iemand die de baas is?’
Leerling 4: ‘Als je dat niet doet, is het geen baas meer, en dan heb je dus geen baas.’
‘Is dat erg? Waarom?’
‘…’

Bovenstaand gesprek is een fragment uit een filosofisch gesprek dat ik voerde met een groep kinderen tussen de 8 en 11 jaar oud. Dat gebeurde in een klascontext, maar verder zijn er weinig overeenkomsten te vinden tussen filosoferen met kinderen en traditionele schoolvakken. In dit artikel zal ik uiteenzetten waarom ik denk dat filosoferen met kinderen bijzonder waardevol is als een potentieel subversieve activiteit. Dat klinkt bedreigend, radicaal wellicht. Maar ik beloof u dat dat allemaal wel mee zal vallen.

Onderwijs is politiek

Kinderen worden voorbereid op een toekomst die niets anders is dan een verlengde van het heden en de politieke waarden die nu de overhand hebben.

Iedere poging om lerenden iets bij te brengen, is uiteindelijk een politieke daad. Een leraar, schooldirectie of regering heeft immers altijd een bepaalde conceptie van het goede leven in zijn of haar achterhoofd bij het opstellen van lesdoelen, schoolplannen of eindtermen. Bij een vak als geschiedenis is het snel duidelijk dat er talloze alternatieven zijn voor het aanbieden van informatie en dat die ieder hun eigen politieke implicaties hebben. In welke mate het koloniaal verleden van België bijvoorbeeld aan bod komt, en vanuit welk perspectief, kan een grote invloed hebben op het wereldbeeld van kinderen. Maar ook ogenschijnlijk ‘neutrale’ schoolse activiteiten hadden anders kunnen zijn in een andere samenleving. Leren lezen en schrijven beschouwen wij bijvoorbeeld als strikt noodzakelijke voorwaarden om mee te kunnen draaien in een complexe informatiesamenleving, maar in sommige indianenstammen speelt dit totaal geen rol.

Dat onderwijs altijd politiek is, betekent concreet meestal dat de heersende opvattingen van de meerderheid worden opgelegd in leerplannen en eindtermen. Kinderen worden voorbereid op een toekomst die niets anders is dan een verlengde van het heden en de politieke waarden die nu de overhand hebben. Leraren zijn in deze logica de boodschappers van de heersende politieke opinie.

Maar dat hoeven ze niet te zijn. Dat onderwijs altijd politiek is, wil niet zeggen dat ze altijd in overeenstemming moet zijn met de heersende politieke cultuur. Onderwijs kan ook subversief zijn, in de zin dat het zich kan richten tegen die bestaande orde. Filosoferen met kinderen is volgens mij de perfecte kandidaat om die subversieve rol op zich te nemen. Zeker in onze huidige individualistische maatschappij kan het filosoferen een verademing zijn. Voor ik mijn punt in detail kan maken, zal ik eerst iets meer zeggen over de principes achter een filosofisch gesprek.

Filosoferen met kinderen, een karakterisering

In sommige middelbare scholen wordt een vak ‘filosofie’ aangeboden waarin op thematische of chronologische wijze de grote namen der filosofiegeschiedenis voorbijkomen: Plato, Descartes, Kant en Sartre, wat kenleer en wat antropologie. Hoewel de waarde van zo’n vak voor leerlingen in de laatste graad van het middelbaar niet te onderschatten valt, is filosoferen met kinderen iets heel anders. Vanaf de leeftijd dat kinderen min of meer rustig op hun stoel kunnen blijven zitten, is het mogelijk om een filosofisch gesprek met ze te beginnen. Zo’n gesprek is niet zozeer filosofisch door de theoretische achtergrond, maar wel door het karakter van de vragen die aan bod komen. Kinderen mogen na een prikkelende inleiding zelf een vraag bedenken waar ze over willen spreken. Die vraag hoeft eigenlijk maar aan twee vereisten te voldoen: het moet een vraag zijn waar je 1) niet zomaar een antwoord op hebt en 2) waarvan je denkt dat niet iedereen in de klas er hetzelfde over denkt.

Het kiezen van een gespreksvraag is een democratisch proces waar de volwassen begeleider zo min mogelijk in tussenkomt. Die ‘gespreksleider’ is sowieso eerder op de achtergrond aanwezig. Hij of zij opent het gesprek, vraagt soms door, moedigt leerlingen aan om op elkaar te reageren en vraagt waar nodig om verheldering of bijkomende argumenten. Maar als het gesprek goed loopt, is de begeleider passief. Filosoferen met kinderen is dus eigenlijk al een politieke daad in de zin dat het belang hecht aan de autonomie en zelfredzaamheid van kinderen en jongeren. Leerlingen krijgen de kans om van gedachten te wisselen over zaken die hen echt bezighouden. Zo heb ik al meegemaakt dat ze met vragen kwamen als ‘Waarom ga je dood?’ en ‘Wat betekent het om jezelf te zijn?’ Het doel van een gesprek is niet zozeer om een antwoord te vinden op de beginvraag, maar wel om in de geest van Socrates dichter bij de waarheid te komen. Het filosofisch gesprek is een gezamenlijke zoektocht naar wijsheid.

Een filosofisch gesprek voeren gaat trouwens ook met volwassenen. Toch is het vaak vruchtbaarder met kinderen. Niet omdat ze van nature onschuldig en eerlijk zijn. Kinderen worden niet alleen beïnvloed door de ideeën van hun ouders en vrienden, maar ook via media door de waarden van de samenleving in het algemeen. Een 8-jarige die stelt dat het gerechtvaardigd is dat mensen met een eigen bedrijf veel meer verdienen dan schoonmakers ‘omdat mensen zoals mijn papa gewoon veel harder werken’, is uiteraard beïnvloed door haar thuissituatie. En toch staan kinderen nog meer open voor de inbreng van anderen. Ze hebben vaak al wel stelling genomen, maar hebben zich nog niet ingegraven in de loopgraven van het eigen gelijk.

De subversieve kracht van filosoferen met kinderen

Volgens mij heeft de bezigheid van het filosoferen met kinderen een potentieel subversief karakter. Ik zeg potentieel, omdat het bestaande autoriteit enkel kan ondergraven als die niet voldoet aan bepaalde criteria die belangrijk zijn in het voeren van een filosofisch gesprek. Meer precies is het voeren van filosofische gesprekken een subversieve daad in een maatschappij die samenwerking ontmoedigt, niet aanzet tot kritisch denken en niet altijd evenveel geeft om de transparantie van redeneringen. Waarom precies?

Ten eerste is filosofisch gesprek geen debat of twistgesprek, maar heeft het een coöperatief karakter. De deelnemers vormen samen een onderzoeksgemeenschap die op zoek gaat naar waarheid en wijsheid. Samenwerking brengt ons dichter in de buurt van die waarheid, niet verdeeldheid en wedijver. Dergelijke coöperatie heeft een subversief karakter in de Westerse samenleving waarin individualistisch gedrag niet alleen goed gedijt, maar zelfs wordt aangemoedigd. Zien hoe kinderen kunnen samenwerken om tot een beter begrip van een probleem te komen, is hoopvol. Het brengt het tegenwoordig maar al te vaak aangehangen geloof dat de mens van nature vooral egoïstisch is, aan het wankelen.

Ook het rationeel-kritische karakter van filosoferen met kinderen maakt de bezigheid potentieel subversief. Een filosofisch onderzoek is per definitie kritisch omdat het op zoek gaat naar de wortels van beweringen en verschijnselen. ‘Waarom?’ is niet alleen de favoriete vraag van filosofen, maar ook van kinderen en pubers. In een filosofisch gesprek zijn alleen die toevoegingen die door rationele argumenten kunnen worden ondersteund waardevol. Dat we alleen zaken voor waar aannemen die we op hun correctheid gecontroleerd hebben, klinkt misschien wat vanzelfsprekend. In een maatschappij waarin social media het publieke debat domineren, is het dat echter totaal niet. Nepnieuws op Facebook, of dat nu geplaatst wordt door xenofobe trolls of Russische influencers, wordt door al te veel mensen klakkeloos geaccepteerd en gedeeld. Er wordt ons nauwelijks meer de tijd gegund om een genuanceerd oordeel te vellen over de beweringen waarmee we de hele dag door geconfronteerd worden. Toch is dat wat we af en toe zouden moeten doen: rustig stilzitten en het waarheidsgehalte van de meningen van anderen én onszelf nagaan. Een filosofisch gesprek is een oefening in factchecking, als je het zo bekijkt.

Ten slotte leren kinderen door te filosoferen hoe ze slechte redeneringen kunnen ontmaskeren. Zoals ik hierboven al schreef, staat samenwerking centraal in een filosofische zoektocht. Respect voor andermans meningen en een openheid voor onbekende, wellicht controversiële visies, is dan ook essentieel. Toch kent dit respect grenzen: het heeft weinig zin om ondoordachte uitroepen (‘verbale diarree’, zoals mijn filosofieleraar dat noemde) serieus te nemen in een onderzoek naar een genuanceerd antwoord op moeilijke vragen. In een filosofisch gesprek leren jongeren om de armoede van ongefundeerde stellingen aan te kaarten en drogredenen te ontmaskeren.

De Escuela Moderna was een anarchistische school in Spanje.

Wanneer autoriteitsfiguren die deel uitmaken van ‘de gevestigde orde’ dan incorrecte redeneringen formuleren, is het ontmaskeren hiervan een subversieve daad. Leerlingen die in een filosofisch gesprek regelmatig door medeleerlingen op de incorrectheid van hun beweringen gewezen worden, zullen ook wel raad weten met slecht beredeneerde opiniestukken van politici als Bart De Wever. Wanneer hij stelt dat links moet kiezen tussen open grenzen en sociale zekerheid, kan de geoefende leerling meteen zien dat er hier sprake is van de drogreden van het uitgesloten midden. Door regelmatig te filosoferen in de klas reikt een leraar zijn of haar leerlingen een fileermes aan om ieders beweringen, óók die van machthebbers, te lijf te gaan.

Subversiviteit en de openheid van de toekomst

Niet alle autoriteitsfiguren hoeven zich meteen zorgen te maken. De juf naar wie ik in het gesprek waarmee ik dit artikel begon al verwees, keek tijdens mijn gesprek met haar leerlingen goedkeurend toe. Zij was niet bang dat haar autoriteit ondergraven zou worden, dat er nooit meer naar haar zou worden geluisterd. De leerlingen hadden immers ingezien dat ze niet zozeer naar haar luisterden omdat het moest, maar omdat ze daar uiteindelijk zelf baat bij hadden. Ze hadden een acceptabele onderbouwing van haar autoriteit gevonden door samen na te denken.

Filosoferende kinderen en jongeren ontwikkelen zich tot Socratische luizen in de pels van de gevestigde orde.

Subversiviteit is niet per se een deugd. Het is dat enkel wanneer de autoriteit die ondermijnd wordt zich misdraagt. Filosoferende kinderen en jongeren ontwikkelen zich tot Socratische luizen in de pels van de gevestigde orde. Hoe minder die orde geeft om waarheid, heldere argumenten en nuance, hoe harder ze zich zal moeten krabben.

Ten slotte is enkel subversiviteit niet genoeg: naast kritiek op de huidige status quo moet er ook over een alternatief nagedacht worden. Een hoopvolle zoektocht gaat het best vooruit wanneer ze de utopie als haar horizon neemt. Filosofische gespreksleiders kunnen leerlingen stimuleren om samen over die utopie na te denken. Tegelijkertijd zorgt het oneindige karakter van filosofisch onderzoek ervoor dat die toekomst nooit al helemaal kan worden uitgetekend. Zo vroeg ik leerlingen eens om in groepjes na te denken over hun ideale samenleving. Hoe zou die eruit moeten zien? Een ietwat schuchter meisje antwoordde: ‘Dat weten we eigenlijk nog niet. We waren er al wel uit dat het een democratie moet zijn, maar dat betekent dat mensen zelf beslissen hoe ze alles regelen. En dus kunnen we daar nu nog niks over zeggen.’

Emma Moormann
Emma Moormann is master in de wijsbegeerte aan de KU Leuven en rondde daar vorig jaar een lerarenopleiding af. Nu doet ze in het kader van de Research Master in Philosophy (KU Leuven) onderzoek naar anarchistische onderwijsfilosofie.