Nooit meer werken

De heruitvinding van de toekomst (deel 3)

De heruitvinding van de toekomst moet tot stand komen via concrete en grootschalige politieke projecten. Vandaag betekent dit de confrontatie aangaan met voorbijgestreefde modellen gestoeld op loonarbeid. Een emancipatorisch project moet voorbij de arbeidsmarkt, dit is het programma van het post-arbeidsproject.i

Laten we met de deur in huis vallen: ieder wereldbeeld is ideologisch, en iedere politieke constructie is ideologisch geïnspireerd. Woorden, termen, discours, normen, waarden, gebruiken, referenties en symbolen zijn altijd ideologisch gecontamineerd. Er bestaat geen extra-ideologisch perspectief van waaruit een objectief onderscheid kan worden gemaakt tussen waarheid en bedrog, moraliteit en immoraliteit, rede en emotie. Deze onderscheiden bestaan, zeker, maar het is niet mogelijk een coherente positie te construeren enkel op basis van waarheid, objectiviteit en moraliteit. Gevolg: feiten en ideologie zijn niet tegenovergesteld aan elkaar; ieder succesvol politiek project doet beroep op beide. Hoed je dus voor waarheidsverkondigers; ideologie is het effectiefst wanneer ze zich verborgen houdt.

Inventing the Future, via Verso Books

Hoe kan men vanuit dit inzicht een project van de toekomst bouwen? Nick Srnicek en Alex Williams deden in hun boek Inventing the Future een uitzonderlijke poging om uit de trauma’s en mogelijkheden van de hedendaagse conjunctuur een emancipatoir project te beitelen.1

Dit essay schetst de contouren van hun politiek project aan de hand van een aanvullend inzicht over de werking van ideologie. Ideologie wordt meestal geassocieerd met ideeën, discours en waarden, kortom met een immateriële of ideële zaken. Ideologie heeft echter ook een materiële dimensie. De werking van de economie, de kleur van je huid, gender, religie, de structuur van de gebouwen waarin je woont, de structuur van je instituties, noem maar op: deze factoren bepalen mee je ideologische wereldbeeld. De specifieke materialiteit van de sociale werkelijkheid geeft ideologie dus vorm. Bovendien kan een ideologie enkel haar stempel drukken wanneer zij op efficiënte wijze wordt verspreid. Dit essay belicht de ideeën van Srnicek en Williams door trapsgewijs van de ideële naar de materiële dimensie te reizen, aantonend hoe beide dimensies in elkaar overvloeien.

Vrijheid tegen de markt en de staat

Een politiek van de toekomst vereist een engagement met haar idealen en universaliteiten. Het universele is echter niet eenduidig, het kan worden opgenomen en bewerkt door verschillende politieke actoren. Het universele, zo schreef Balibar, is fundamenteel ambigu, vaak tegenstrijdig met zichzelf en onderhevig aan verandering doorheen de tijd.2 Srnicek en Williams brengen hun eigen universaliteit naar voren: synthetische vrijheid. Synthetische vrijheid stelt dat vrijheid enkel die naam waardig is wanneer men de materiële capaciteiten bezit om ze uit te oefenen. Een mens kan juridisch gezien wel vrij zijn, maar wanneer hij verhongert zonder deze onderbetaalde job aan te nemen, kan men moeilijk spreken over reële vrijheid.  

Wat betekent autonomie wanneer men gedwongen wordt om slecht betaalde, precaire contracten aan te nemen?

Synthetische vrijheid verdedigt dus de maximale ontwikkeling van onze capaciteit om te handelen: ‘The more capacity we have to act, the freer we are.’3 Deze vrijheid is synthetisch omdat zij niet op organische wijze tot stand kan komen. We moeten haar op artificiële wijze creëren via constructie, planning en organisatie.

Synthetische vrijheid biedt een rijk concept van vrijheid. Zij tracht individuen te vrijwaren van zowel het geweld van de markt, als het geweld van de staat. Wat betekent autonomie wanneer men gedwongen wordt om slecht betaalde, precaire contracten aan te nemen? Wat betekent vrijheid wanneer de systematische destructie van de aarde andere groepen en volgende generaties ervan weerhoudt om in deze vrijheid te kunnen delen? Wat betekent autonomie wanneer een zwakkere financiële positie verhindert dat (voornamelijk) vrouwen niet kunnen scheiden van hun man?

Nooit meer werken: het post-arbeidsproject

Srnicek en Williams stellen dat we synthetische vrijheid in de huidige conjunctuur enkel ten volle kunnen ontwikkelen door af te stappen van het dominante model van loonarbeid. Een korte schets: We worden vanaf onze kinderjaren massaal geboetseerd om op zekere leeftijd efficiënt te kunnen worden uitgebuit door onze baas. Miljoenen, miljarden individuen besteden meer tijd op het werk dan dat ze vrije tijd hebben. Rijkere samenlevingen zijn gespecialiseerd in de productie van jobs waarvan men ernstig kan twijfelen aan hun nut;ii bovendien lukt het deze samenlevingen niet om goedbetaalde en zekere arbeid te bieden al hun burgers.

Daarentegen wordt er geen moeite gespaard om individuen in te schakelen in het arbeidssysteem, met de proliferatie van absurde en wrede situaties tot gevolg. Zo worden in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk werklozen gesanctioneerd wanneer zij de verplichting om werk te zoeken en te aanvaarden niet nakomen door hen levensnoodzakelijke sociale bijstand af te nemen.iii Het werk dat hen wordt aangeboden is slecht betaald, volstrekt niet afgestemd op de capaciteiten van deze individuen en vaak vernederend. In het Verenigd Koninkrijk bezit 60% van de mensen in armoede een job.4

Bovendien benadrukken Srnicek en Williams dat de situatie in ontwikkelingslanden een stuk slechter is.  Hier wordt men geconfronteerd met de dominantie van surplus-populaties zonder sociaal vangnet die niet lang kunnen overleven zonder slecht betaalde jobs aan te nemen. Bovendien is het hoogst onwaarschijnlijk in de armste landen op succesvolle wijze een transitie naar volledige tewerkstelling kan worden ingezet. ‘This is the crisis of work that capitalism faces in the coming years and decades: a lack of formal or decent jobs for the growing number of the proletarian population.’5

Het nastreven van synthetische vrijheid betekent vandaag dus de ontwikkeling van een ‘post-arbeidsproject’. De utopie van dit project werd in 1883 al benoemd door de oude communist Paul Lafargue als ‘het recht op luiheid.’ Lafargue keert hiervoor terug naar het tijdperk van de Oude Grieken. ‘De Grieken uit de eeuw van Pericles voelden eveneens slechts minachting voor de arbeid, alleen slaven mochten werken: de vrije mens hield zich slechts bezig met lichamelijke oefeningen en intellectueel vertier.’ 6 135 jaar geleden eiste Lafargue de breuk met het klassieke arbeidsethos, om de bloei van de menselijke activiteit in al zijn dimensies mogelijk te maken.

Paul Lafargue, The Right to be Lazy

Het post-arbeidsproject trekt de kaart van de toekomst. Het doel is dat men zal kunnen terugkijken naar de huidige hegemonie van het arbeidsmodel als een vergissing uit vroegere tijden. Vandaag blijft het succes van dit project echter klein. Men opent in ieder geval wel deze deur: de mogelijkheid van het monopolie op de toekomst. Het post-arbeidsproject duwt conservatieve en voornamelijk liberale ideologieën in het defensief. ‘Vrijheid voorbij de arbeidsmarkt is onmogelijk want de mens is lui, zou zich vervelen, wordt onproductief.’ Helaas, de geseculariseerde moraal van de zonde en de boetedoening blijft een uiterst krachtig wapen in het collectieve bewustzijn. Maar het progressivisme moet de toekomst opeisen, enkel van hieruit kan het overwinningen boeken.

3 voorstellen voor het post-arbeidsproject

We weten dat Utopia niet van de ene dag op de ander kan worden bereikt. Zij moet worden voorbereid via politieke druk, economische voorstellen en de verandering van het collectieve bewustzijn. Srnicek en Williams geven drie concrete strijdpunten waarrond op de korte- tot middellange termijn politieke actie kan worden gevoerd:

  1. Een volwaardig basisinkomen kan individuen de mogelijkheid geven om een leven uit te bouwen zonder directe afhankelijkheid van de arbeidsmarkt. Een basisinkomen biedt bovendien een sterkere garantie op een comfortabel minimum aan levenskwaliteit. Bovendien versterkt het de onderhandelingspositie van de werknemers met de laagste en meest mensonwaardige jobs. Cruciaal is dat dit basisinkomen een aanvulling en versterking is van het huidige model dat sociale zekerheid biedt, en dat het deze laatste niet volledig vervangt (zoals wel vaker wordt verdedigd).
  2. Een verkorting van de werkweek zonder verlies van inkomen was traditioneel een belangrijk strijdpunt van de arbeidersbeweging. Het vrije weekend, bijvoorbeeld, kwam pas tot stand na langdurige sociale strijd. Ook het maximale aantal gewerkte uren op een week wist de arbeidersbeweging gestaag te verminderen. Sinds de jaren 1980 is deze dalende trend echter opgehouden en is het gemiddeld aantal gewerkte uren stabiel gebleven.7 Ondanks de geboekte vooruitgang blijft de tijd die mensen besteden op het werk verpletterend dominant. Het is daarom hoog tijd om opnieuw aansluiting te vinden bij deze vroegere eisen van de arbeidersbeweging.
  3. Automatisering is een fenomeen dat al heeft geleid tot uitzonderlijke speculatie en doemdenkerij. Er wordt gewaarschuwd dat opkomende technologische ontwikkelingen, bijvoorbeeld in AI, massale werkloosheid zouden kunnen inluiden. Dit opent op zijn beurt weer de deur voor opiniemakers om met studies op de proppen te komen die deze rampscenario’s zouden ontkrachten. Beide groepen vergeten dat automatisering geen extern natuurfenomeen hoeft te zijn, maar dat men technologische ontwikkelingen ten goede kan inzetten wanneer ze in eigen handen wordt genomen. Een samenleving verlost van de arbeidsmarkt kan ten volle inzetten op de automatisering van geestdodend en mensonwaardig werk. Automatisering van arbeid wordt zo een bevrijding én een bewust streefdoel.

De solidariteit van het post-arbeidsproject is radicaal humanistisch: je menswaardigheid vertrek vanuit je mens-zijn, niet je arbeid.

De vorm die arbeid aanneemt verandert voortdurend. Zo is in Europa en de Verenigde Staten een grote beweging ingezet in de richting van de flexibilisering van arbeid. In de Eurozone werd het economisch herstel het afgelopen decennium grotendeels gedragen door een groei in precaire, tijdelijke contracten.8 Deze jobs zijn mogelijk gemaakt door overheidsbeleid op maat van het kapitaal. Het kapitalisme verkiest zijn arbeid goedkoop, flexibel en permanent precair.  De huidige structurele condities van het hedendaagse kapitalisme maken een terugkeer naar voltijds werk onmogelijk. Daarom kan het post-arbeidsproject zich vandaag opwerpen als het progressieve alternatief voor een emancipatoire toekomst.

De omwentelingen die het post-arbeidsproject vereist en teweeg brengt kunnen niet onderschat worden. Loonarbeid is de hoeksteen waarop de huidige samenleving is gebouwd, niet het minste voor de productie van goederen en het in stand houden van het sociale zekerheidssysteem. Het post-arbeidsproject breekt dus ook met de logica dat men enkel solidair moet zijn met zij die tot de laatste kracht werk zoeken. Deze solidariteit is radicaal humanistisch: je menswaardigheid vertrek vanuit je mens-zijn, niet je arbeid.   

Strategieën voor politiek succes

De volgende en laatste stap is het mogelijk maken van grootschalige progressieve verandering. Deze vraag is noodzakelijkerwijs de meest pragmatische: hoe kan men consensus winnen rond post-arbeidsthema’s, welke instituties of politieke bewegingen kunnen verandering teweegbrengen? Ik wil de contouren schetsen van een doeltreffend antwoord.

De vraag welke politieke actor grootschalige verandering kan teweegbrengen blijft voor controverse zorgen. De laatste decennia heeft men beargumenteerd dat progressieve politiek zich afspeelt buiten de traditionele instituties, zoals bijvoorbeeld de Occupy bewegingen in New York en Londen, 15-M in Spanje en de protesten in het Gezipark in Istanbul.9 Anderen wijzen dan weer op de cruciale rol van de (natie)staat, of de democratisering van de Europese instituties.10 Hoewel deze pleidooien vaak correcte analyses maken, is het volgens Srnicek en Williams zinloos om één bevoorrechte politieke actor aan te duiden. Vandaag heeft de progressieve beweging nood aan een pluraliteit van organisaties die zich verenigen rond brede progressieve doelstellingen. Dit noemen Srnicek en Williams een organisatorische ecologie.

Het post-arbeidsproject is uitstekend geplaatst om ecologische doelstellingen te behalen: denk aan de vermindering van het aantal voertuigen op de baan wanneer mensen niet meer dagelijks moeten pendelen tussen huis en werk.

Vanuit het perspectief van een organisatorische ecologie kan men een complex en divers beeld schetsen van welke rol bepaalde organisaties vandaag kunnen spelen. Zo blijft actieve massamobilisatie een machtig wapen in de politieke arena. Conservatieve krachten bezitten het kapitaal, maar het progressivisme heeft altijd het volk op straat kunnen brengen. Deze massabeweging moet echter worden aangevuld en in constante dialoog staan met actoren binnen politieke instituties. De infiltratie van de staat blijft daarbij cruciaal. De ecologische transitie, een rechtvaardiger fiscaal kader, de verandering van het beleid van de centrale bank, het juridisch en financieel mogelijk maken dat alternatieve democratische structuren zich ontwikkelen buiten de staat, ga zo maar door. De natiestaat is een contradictorisch geheel verantwoordelijk voor uitzonderlijke mate van geweld, maar terzelfdertijd blijft het heden ten dage een noodzakelijke arena voor progressieve politiek.

Een organisatorische ecologie omvat ook de journalistieke sfeer en media-instituties, die vooralsnog bepalen welke thema’s aan bod komen in de publieke sfeer. Journalistiek werk over de politieke en economische integratie van Europese landen en de sociale wantoestanden die het gevolg zijn van Europees beleid kan bijvoorbeeld een katalysator zijn voor de creatie van een Europees bewustzijn rond arbeidskwesties: het besef dat een arme Griek en een werkloze Duitser meer met elkaar gemeen hebben dan ze denken.

Universiteiten, denktanks, organisaties uit het maatschappelijk middenveld en vakbonden; allen zullen ze een bepalende rol spelen in de creatie van een mogelijke emancipatorische toekomst. Organisatorische ecologie stelt dat deze organisaties een ondersteunende rol kunnen spelen voor elkaar, zonder één groep a priori voorop te stellen. Dit vereist de vertaling van de progressieve strijd tussen verschillende organisaties en de voortdurende concrete analyse van de rol die een bepaalde groep kan spelen in de huidige conjunctuur.

Ecologische en feministische vooruitgang

Het kapitalisme verkiest zijn arbeid goedkoop, flexibel en permanent precair.

Ten slotte moet er ook een voortdurende praktijk van vertaling tot stand komen tussen verscheidene politieke projecten. Srnicek en Williams benadrukken bijvoorbeeld de feministische en ecologische dimensies van het post-arbeidsproject. Door aandachtig te zijn voor de strijdpunten van deze politieke projecten kan het post-arbeidsproject een rechtvaardiger geheel worden. Zo moeten we rekening houden met de noodzaak voor de creatie van een ecologisch duurzame samenleving. Het post-arbeidsproject is uitstekend geplaatst om ecologische doelstellingen te behalen: denk aan de vermindering van het aantal voertuigen op de baan wanneer mensen niet meer dagelijks moeten pendelen tussen huis en werk. Het post-arbeidsproject kan vanuit ecologische idealen bijvoorbeeld strijden voor een werkweek van 4 of 3 dagen in plaats van de verkorting van de individuele werkdag.

Het post-arbeidsproject tracht ook feministische doelstellingen te verwezenlijken. Zo kan een basisinkomen vrouwen meer financiële autonomie bieden in samenlevingen waar de man voorlopig nog steeds de belangrijkste kostwinner is. Het post-arbeidsproject zou ook de gevolgen van automatisering rechtvaardiger kunnen verdelen tussen genders. Een studie van het Wereld Economisch Forum berekende dat de grootste krimp in jobs in de nabije toekomst te vinden zal zijn in de sector Kantoor en Administratie; jobs die voornamelijk door vrouwen worden uitgeoefend.11 Furia, een feministische denktank, pleit al langer voor een kortere werkweek.12 Op dit ogenblik combineren veel vrouwen betaald werk en onbetaald huishoudelijk werk door deeltijds te werken. Furia beargumenteert dat een kortere werkweek deze vrouwen beter de mogelijkheid kan geven om voltijds te werken dan nu het geval is, wat hun financiële positie en dus hun individuele autonomie kan vergroten.iv

De succesvolle praxis van vertaling tussen verscheidene organisaties én ideologische projecten kan het fundament vormen voor emancipatorische politieke verandering. Srnicek en Williams schetsen een uitzonderlijk project voor een progressieve politiek. De volgende stap na de heruitvinding van de toekomst is haar werkelijke creatie.   

  1. Nick Srnicek en Alex Williams, Inventing the Future (Londen: Verso, 2015).
  2. Etienne Balibar, Politics and the Other Scene (Londen: Verso, 2002)
  3. Inventing the Future, p. 79.
  4. The Guardian,  ‘Record 60% of Britons in poverty are in working families – study’, 22 mei 2017.
  5. Inventing the Future, p.  91.
  6. Paul Lafargue, Het Recht op Luiheid, vertaald door Zsuzsó Pennings (‘s-Hertogenbosch: Voltaire, 2009 [1883]), p. 14.
  7. Koen Hendrickx, Luc Masure en Serge Schüttringer, ‘Veertig jaar arbeidsduurontwikkeling in België’, september 1997.
  8. Financial Times,  ‘Eurozone’s ‘poor quality’ jobs highlights scale of Brussels gig economy challenge’, 26 april 2017.
  9. John Holloway, In, Against, and Beyond Capitalism: The San Francisco Lectures (Oakland: PM Press, 2016).
  10. Thomas Fazi en Bill Mitchell, Reclaiming the State (Londen: Pluto Press, 2017).
  11. World Economic Forum, ‘The Future of Jobs’, januari 2016.
  12. Furia, ‘Collectieve arbeidsduurvermindering’, 28 september 2016.
Lorenzo Buti
Lorenzo Buti is mede-oprichter van Mondig. Hij is master in de economie aan de KU Leuven en master in de Europese studies aan de London School of Economics. Hij werkt in het academiejaar 2017-2018 een master in de wijsbegeerte (KU Leuven) af.