Pleinbezettingen en het anarchisme: het vervolg

Deel 2: het anarchisme en de representatieve democratie

Dit tweede deel concludeert ons interview met Mathijs van de Sande (lees hier het eerste deel). Na een discussie over prefiguratieve politiek richt het interview zich op de lessen van het anarchisme, de rol van representatieve politiek en wat er gebeurt de dag na de revolutie.

De lessen van het anarchisme

In jouw onderzoek ga je een uitgebreide discussie aan met sommige anarchistische denkers, zoals Michail Bakoenin en Peter Kropotkin. Wat is vandaag de relevantie van het anarchisme?

Voor een deel ligt die relevantie precies in wat we eerder besproken hebben (zie eerste deel, red.). Het idee van prefiguratieve verandering is namelijk geïmpliceerd in het denken van sommige anarchisten, met name in dat van Bakoenin.i Bakoenin is natuurlijk de bekende anarchistische tegenhanger van Marx in de Eerste Internationale. Een deel van dat conflict tussen Marx en Bakoenin ging over de vraag: kan je politieke verandering bewerkstelligen met middelen die op geen enkele manier lijken op het doel dat je er uiteindelijk mee wil realiseren? Is de staat bijvoorbeeld een instrument dat we kunnen gebruiken om uiteindelijk een staatloze en klasseloze samenleving te realiseren, of juist niet? Daar verschilden die twee sterk over van mening. Bakoenin zei dat we effectiever zijn door in het hier-en-nu als beweging al een embriotische vorm te zijn van de alternatieve samenleving die we willen bereiken. In dit opzicht is de hele prefiguratieve logica al in het denken van Bakunin geïmpliceerd. Marx, op zijn beurt, stelde voor om bepaalde vormen van politieke organisatie, zoals staatsmacht, te gebruiken die op geen enkele manier vergelijkbaar waren met het ideaalbeeld dat uiteindelijk gerealiseerd zou moeten worden.

Je ziet echter dat prefiguratie in Bakoenins denken nog meer een negatieve inspiratie had. Bakoenin erkent ook dat we helemaal geen gedetailleerd idee kunnen vormen van wat Communisme eigenlijk zou zijn. De bestaande structuren van het kapitalisme en de gecentraliseerde staat beperken ons begrip van hoe een radicaal alternatief er uit zou kunnen zien. Maar we kunnen wel hypothetisch een beeld vormen van wat dat alternatief zou kunnen zijn en op basis daarvan dat beeld in de praktijk experimenteel prefigureren.

We zien dat het anarchisme een belangrijke inspiratiebron is voor verschillende revolutionaire protestbewegingen.

Iets later, in het denken van Kropotkin,ii vind je veel meer het idee dat de structuren van een revolutionaire beweging ook daadwerkelijk de bestaande orde kunnen vervangen. Dit proces is dus niet alleen maar experimenteel. In de alternatieve wijzen waarop we ons organiseren, op werkplaatsen, in vakbonden, in lokale organisaties enzovoort, kan je al het alternatief zien dat uiteindelijk de bestaande orde op allerlei mogelijke manieren zou kunnen vervangen, net omdat deze gebaseerd zijn op idealen als wederzijdse hulp, communisme, etc. Een van Kropotkins voorbeelden is de kustwacht in Engeland, wat in die tijd vrijwilligersorganisaties waren. Kropotkin zag dus een soort historisch blauwdruk in dat soort organisaties voor een postkapitalistische samenleving.

De vraag is in hoeverre dat nu nog steeds van belang is. Ik denk dat anarchisme veel hiaten heeft in een hedendaagse context. Dit is meer een politiek statement dan een filosofisch statement, maar persoonlijk ben ik niet per se gehecht aan dat soort negentiende-eeuwse terminologie. Ik weet niet of het zo belangrijk is om anarchisme te promoten als traditie. Maar er zijn wel bepaalde visies over politieke verandering uit het anarchisme die vandaag de dag kunnen worden toegepast op bestaande protestbewegingen. We zien dat het anarchisme een belangrijke inspiratiebron is voor verschillende revolutionaire protestbewegingen. Het anarchisme heeft bijvoorbeeld een invloed op Koerdische beweging in Rojava, via het werk van Murray Bookchin.iii Een vergelijkbaar voorbeeld is de Zapatista beweging uit de jaren 90. Zij hebben een deel van het anarchistische denken in de praktijk gebracht. Hetzelfde zou je kunnen zeggen over delen van Occupy en de Indignados. Als je deze bewegingen wil begrijpen, dan denk ik dat een zeker begrip van de anarchistische traditie door de 19de en 20ste eeuw wel elementair is.

Michail Bakoenin, via Nadar – The New York Public Library

Wat betreft de vraag wat we kunnen leren van anarchisten, zijn dat wat mij betreft twee dingen. Het belangrijkste is dat de anarchistische traditie al van het begin intersectioneel is, zoals dat nu wordt genoemd. Het anarchisme heeft altijd geweigerd om onderdrukking of uitbuiting te herleiden tot één specifieke bron. Het anarchisme heeft altijd onderkend dat er verschillende vormen van uitbuiting en onderdrukking bestaan die elkaar op allerlei manieren aanvullen, op elkaar inwerken of van elkaar afhangen, maar niet tot elkaar te reduceren zijn. Anarchisten hebben bijvoorbeeld altijd geweigerd, in ieder geval theoretisch, om de staat slechts te zien als een middel van het kapitaal, of andersom alles te reduceren tot politieke machtsverhoudingen.

In dit opzicht denk ik dat we ook in hedendaagse discussies, bijvoorbeeld over racisme, wel degelijk iets kunnen leren van de anarchistische traditie. Er is een probleem wanneer we doen alsof alle problemen één oorsprong hebben en dus ook één analyse impliceren waarmee we alle problemen kunnen verklaren en oplossen. Het anarchisme is een van de weinige radicale tradities is die altijd heeft gezegd dat er verschillende vormen van uitbuiting en onderdrukking zijn.

De tweede les, die hangt nauw samenhangt met de eerste les, is dat sociale economische gelijkheid een belangrijk streefdoel is, maar niet exhaustief mag zijn voor wat een radicale beweging moet willen. Communisme is meer dan enkel sociale economische gelijkheid, maar heeft ook betrekking op de controle over je eigen leef- en werkomgeving. Er moet dus een belangrijk democratisch element zitten in onze benoeming van wat er mis is met deze wereld. We moeten oppassen dat we niet alles reduceren tot vraagstukken van armoede of uitbuiting. Er moet ook worden gestreden voor de mogelijkheid om politiek als iets te kunnen zien dat daadwerkelijk plaats heeft in je eigen werkomgeving en je eigen leven en waarbij je zelf een rol in kan spelen. Dat is een belangrijke motivatie voor veel hedendaagse bewegingen, en is ook altijd heel bewust een motivatie geweest in de anarchistische traditie.

Politiek zonder de staat?

Ik zou denken dat de activisten in de pleinbezettingen zouden vertellen dat een derde les van het anarchisme is dat de staat geen gepast, of exhaustief, instrument is voor politieke verandering?

Ja, dat is ook zo. Ik denk ook dat dat een belangrijke conclusie is geweest voor mensen die zich engageerden in die bewegingen. Maar dat is uiteindelijk ook wat ik bedoel, dat de inbreuk die politiek activisme kan maken in het leven van mensen toont dat men zich direct politiek kan engageren. Dit in plaats van democratie alleen maar te zien als iets dat veraf in een anoniem en steriel parlement leeft. Dat is volgens mij een van de belangrijkste redenen van wat de pleinbezettingen zo significant maakt. Men was niet alleen bezig met gezaghebbers of bedrijven vragen om sociale economische verandering of iets dergelijks, maar ook met het terugnemen van macht en het opnieuw toegankelijk maken van politiek.

Dit idee kan dus passen onder de tweede les van het anarchisme?

Inderdaad. Wat dat betreft is een belangrijk aspect van veel van die bewegingen dat als we iets willen veranderen, we het niet moeten vragen aan anderen, maar we het op onszelf moeten nemen.

Sta jij over het algemeen sceptisch tegenover electorale strategieën om tot een meer emancipatorische samenleving te komen, zoals progressieve bewegingen achter Bernie Sanders of Jeremy Corbyn proberen te doen?

Dat is een moeilijke. Ik denk dat het anarchisme ons veel leert over activisme en over politiek in het algemeen, maar dat wil niet zeggen dat ik alle morele standpunten van het anarchisme onderschrijf. Dit is er waarschijnlijk eentje van. Ik denk niet dat electorale democratie kan helpen in het bewerkstelligen van revolutionaire politieke verandering. Wat dat betreft ben ik het eens met de bekende slogan dat ‘op het moment dat verkiezingen echt iets zouden veranderen, ze al lang verboden waren.’ Ik denk dat dat in essentie wel waar is. Maar aan de andere kant ik me voorstellen dat een van de manieren waarop uiteindelijk uit dergelijke pleinbezettingen iets kan voortkomen is dat mensen met hun ervaringen en prefiguratieve experimenten op zak proberen andere podia te bestormen.

Het anarchisme heeft altijd geweigerd om onderdrukking of uitbuiting te herleiden tot één specifieke bron.

Ik weet dat er veel kritiek is op de politieke partijen die dat doen. In Spanje is Podemos een partij die deels heeft geprobeerd om het potentieel dat de Indignados gecreëerd hebben te gebruiken. Veel van de meer anarchistisch geïnspireerde Indignados zijn daar heel kritisch op. Persoonlijk vind ik dat we daar niet te moralistisch over moeten zijn. Zo’n beweging komt op z’n eind, en mensen gaan vervolgens proberen om iets anders te doen met de mogelijkheden die daar gecreëerd zijn.

Peter Kropotkin, via Wikimedia Commons

Ik denk dus dat de argumenten die gebruikt worden om electorale opties te weerleggen vaak moralistisch zijn. Zij stellen bijvoorbeeld dat je verplicht bent om trouw te blijven aan de principes van de pleinbezettingen, of dat je deze bewegingen die al verdwenen zijn, instrumentaliseert. Een van de noties van prefiguratie waar ik wel heel kritisch op ben in mijn proefschrift is precies prefiguratie als een moreel begrip, wanneer men het heeft over een radicale consistentie tussen doel en middel: het idee dat alles wat we doen volledig consistent moet zijn met wat we uiteindelijk willen bereiken. Ik denk niet dat dat de meest vruchtbare wijze is om na te denken over prefiguratieve politiek.

Om terug te komen op het vraagstuk van de representatieve democratie. Ik ben enerzijds sceptisch over de mogelijkheden die het biedt. Anderzijds denk ik dat dat geen a priori reden is om op het moment dat de mogelijkheid zich aanbiedt om het via die piste te proberen, om dat per definitie af te sluiten. Strategisch gezien zie ik daar geen enkele reden voor. De electorale weg kan bijvoorbeeld de discursieve inbreuk die een pleinbezettingsbeweging heeft bewerkstelligd dieper maken en uitbreiden. Je ziet bijvoorbeeld dat Bernie Sanders dat doet. Je kan verschillende kritieke hebben op wat hij doet, en ik keur ook niet alles wat hij doet goed. Maar in zekere zin ent hij zich op een aantal van de dingen die Occupy heeft gerealiseerd en probeert hij dat bewustzijn te verdiepen. Bijvoorbeeld dat klassenverschillen wel degelijk een probleem zijn in dat land. Ik denk niet dat hij dat zonder Occupy hadden kunnen doen.

Mathijs van de Sande studeerde filosofie in Nijmegen en promoveerde in 2017 in de politieke filosofie aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte te Leuven. Tussendoor was hij gastonderzoeker aan de University of Brighton (2011) en The New School for Social Research in New York (2015). Sinds 2016 doceert hij (politieke) filosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Tevens is hij lid van de linkse basisorganisatie Doorbraak.

Lorenzo Buti
Lorenzo Buti is mede-oprichter van Mondig. Hij is master in de economie aan de KU Leuven en master in de Europese studies aan de London School of Economics. Hij werkt in het academiejaar 2017-2018 een master in de wijsbegeerte (KU Leuven) af.