Ik ben [insert progressive identity]

Waar zijn de progressieve verhalen in de politiek naartoe? Nu het neofascisme aan Europa toont dat het nooit echt is verdwenen, moeten we dringend reflecteren over alternatieve vormen van identificatie voor een vervreemde jeugd. Dit betekent dat de progressieve strijd altijd plaats moet vinden in het midden van de publieke sfeer.

Weg met de publieke sfeer

In 1981 schreef de kritische theoreticus Jean Baudrillard een kort essay over de ‘implosie van betekenis in de media.’1 Baudrillards these was dat in onze postmoderne tijd de berichtgeving van het nieuws niet langer de bedoeling heeft om burgers zinvol te informeren. In plaats van een kritische luis in de pels van de machthebbers te zijn, draagt het nieuws bij tot het muilkorven van politieke actie.

Het nieuws, zo stelt Baudrillard, tracht alles tot controverse, tot ‘nieuwswaardigheid’ te maken. Controverse wordt opgezocht om de kijkers van het journaal iedere dag met nieuwe schokkende feiten te confronteren. The medium is the message is de letterlijke slogan van de hedendaagse media: de focus ligt niet bij wat er eigenlijk gebeurt in de wereld, maar dat er iedere dag opnieuw kan worden bericht over nieuwe schandalen, oorlogen of vetes. Kijkers moet men overweldigen met een stortvloed aan nieuwe informatie die leidt tot het omgekeerde van inzicht: de implosie van zinvolle betekenisvorming.

Baudrillard had zich waarschijnlijk op vreemde wijze thuis gevoeld in deze tijd van Trump-tweets, boerkini-debatten en de rituele recyclage van wekelijkse controverses in onze media. Het logische gevolg van deze redenering, aldus Baudrillard, is dat iedere vorm van participatie in dit media-gebeuren enkel kan leiden tot de bestendiging van het ‘postmoderne kapitalisme’. Interageren met de publieke media betekent automatisch bijdragen tot de nieuwscyclus die ieder evenement hetzelfde belang aanmeet. Zij met emancipatorische doeleinden trekken zich dus beter terug uit de publieke sfeer van de dagdagelijkse discussie; enkel radicale weigering kan echte verandering teweegbrengen.

Beeld: Theodor Adorno, via cambio.bo

Twaalf jaar eerder, in 1969, kwam Theodor Adorno tot een opvallend gelijkaardige conclusie. In een essay getiteld Resignation, verdedigde Adorno zich tegen de aanval van linkse studenten waarom hij, als neomarxist, zich niet aan hun kant schaarde.2 In tegenstelling tot wat studenten hadden verwacht, was Adorno uitermate kritisch over de antikapitalistische studentenprotesten die Europa in 1968 in de greep hielden. 

In zijn essay stelt Adorno dat de ‘totaal geadministreerde samenleving’ iedere vorm van spontane politieke actie in de kiem smoort. In de naoorlogse consumptiemaatschappij neemt iedere vorm van praxis de vorm van gemediatiseerde ‘pseudo-activiteit’. Mensen geven hun unieke individualiteit op door blind op te gaan in de massa. De echte radicale persoon moet zich daarom terugtrekken uit de politieke arena, om vanuit deze positie meedogenloze kritiek te kunnen formuleren op de alle facetten van de hedendaagse conditie.

Waarom het neofascisme aantrekkelijk is

Baudrillard en Adorno schetsen beide een acute maatschappijkritiek van de hedendaagse samenleving. Toch slaan ze de bal ook stevig mis. De terugtrekking van kritische, progressieve stemmen uit het publiek debat en de politieke arena heeft grote gevolgen die vandaag pijnlijk duidelijk worden. Door dit te benaderen vanuit een ander perspectief, kunnen we deze problematiek blootleggen.

Passies en verhalen maken een constituerend deel uit van de politiek. Zowat iedere analyse die pleit voor ‘meer rationaliteit in het politieke debat’ tegenover het ‘irrationele heer-en-weer geschreeuw van de politiek’, blijft blind voor deze cruciale factor. Mensen zijn geen puur rationele wezens, maar hebben een wereldbeeld. De betekenis die zij geven aan de wereld vertrekt onder andere vanuit datgene waarmee zij zich identificeren. In dit opzicht pleiten politiek-filosofen Chantal Mouffe en Etienne Balibar ervoor dat we niet moeten spreken over vaste en stevige identiteiten, maar over identificaties: ik identificeer mij als rechts, links, progressief, katholiek, moslim, atheïst, Europeaan of Belg. Ik kan mij zelfs identificeren als rationalist of als ideoloog.

In de afwezigheid van het progressieve engagement met de publieke sfeer dreigen de collectieve vormen van identificaties te worden opgeëist door ideologische monsters.

Dit betekent natuurlijk niet dat identiteit een soort oneindige flux is waar ieder individu bewust zijn eigen combinatie uit kan samenstellen. Maar het wijst wel op het belang van deze identificaties voor de vorming van iedere mens, en dat deze identificaties tot op zekere hoogte geconstrueerd en dus instabiel zijn.

Vanuit deze inzichten kan men het langdurige succes van extreemrechtse en neofascistische groepen verklaren bij voornamelijk mannelijke, blanke jongeren. In 1992 al wees Balibar op het feit dat op enkele uitzonderingen na de succesvolle politieke jongerenbewegingen in Frankrijk van neo-fascistische makelij waren.3 Vandaag verschijnen haast identieke groepen opnieuw in Europa, zoals Génération Identitaire en aanverwante Vlaamse spin-offs.

Beeld: Etienne Balibar, via Wikimedia Commons

Deze groepen verkopen een duidelijke ideologie waarin goede van slechte spelers worden onderscheiden: joden, moslims en postmoderne ‘cultuurmarxisten’ verhinderen het volk van een organisch en harmonieus geheel te vormen. Ze vertellen hun eigen versies van het verloop van de geschiedenis en creëren hun eigen leuzen, symbolen en klederdracht. Ze creëren hun eigen publieke fora waar ze elkaars wereldbeeld aanvullen en in stand houden. Ze expliciteren zelfs welke identiteiten het meest wenselijk zijn, zoals de traditioneel conservatieve invulling van mannelijkheid en vrouwelijkheid, de trots voor christelijke traditie en de voorliefde voor de witte huid.

De aanhoudende populariteit van deze groepen bewijst dat onverhuld racisme in de Europese samenleving een niet te onderschatten factor blijft. Maar ze wijst ook op de crisis van het gebrek aan alternatieve kaders van identificatie die de samenleving deze voornamelijk witte jongens aanbiedt. Het verslaan van het neofascisme in Europa moet daarom ook de vorm aannemen van alternatieve identificaties waarmee zij zich kunnen identificeren. Progressieve actoren kunnen het probleem van de vervreemde jeugd in de post-ideologische samenleving enkel oplossen door zich te engageren op het terrein van de verhalen. We mogen ons niet terugtrekken uit het publieke debat, maar moeten net progressieve verhalen aanbieden waar jonge mensen zich mee kunnen identificeren. Dit is waarom de stelling van Baudrillard en Adorno in de hedendaagse context zo gevaarlijk dreigen te zijn.

Ik ben (insert progressive identity)

Deze analyse mag echter niet leiden tot de conclusie dat progressieve projecten enkel de rechtse, conservatieve strategieën moeten kopiëren. Progressieve verhalen mogen niet in flagrante contradictie zijn met de werkelijke verloop van de geschiedenis, economische nonsens propageren of wetenschappelijk weerlegde theorieën aanhangen. Er zijn evenwel andere mogelijkheden beschikbaar. Een gedeelde symboliek en politieke doeleinden kunnen de passies van mensen doen bewegen. Sociale activiteiten, engagementen voor goede doelen, filmavonden of zelfs bokstrainingen kunnen dat ook.

In een recent artikel beschrijven James Smith en Alfie Brown hoe de Britse politieke partij Labour tijdens de nationale verkiezingen in 2017 horden jonge mensen heeft kunnen betrekken in, en dus collectief doen identificeren met, het socialistische project.i Dit deed ze bijvoorbeeld via het verspreiden van aanstekelijke memes of  satirische video’s van leden van de conservatieve partij die je eenvoudig kon delen via sociale media. Maar er bestond ook een praktischere dimensie. Zo is een app ontworpen die activisten toeliet om tijdens hun werkpauzes onbesliste stemmers op te bellen om hen te overtuigen op Labour te stemmen.

Deze voorbeelden tonen aan dat het wel degelijk mogelijk is voor progressieve projecten om vormen van collectieve identificaties tot stand te brengen die recht doen aan progressieve principes. Maar bovenal toont dit het belang van het verhaal, de identificatie en de ideologie in de politiek vandaag. De kritische theorie van Baudrillard en Adorno waarschuwt ons om op ieder ogenblik op onze hoede te zijn voor politieke pseudo-activiteit, maar zij mag ons er nooit van weerhouden om de politieke aandacht op te eisen. In de afwezigheid van het progressieve engagement met de publieke sfeer dreigen de collectieve vormen van identificaties te worden opgeëist door ideologische monsters.

Tot slot is deze tekst een pleidooi voor progressieve krachten om jonge, witte mannen niet te laten vallen. Een paar jaar terug schreef Mark Fisher over hoe de banter van de bro-cultuur altijd wordt achtervolgd door een donkere schaduw van nihilisme, leeg hedonisme en vervreemding.ii Ook in de strijd tegen seksisme en racisme mogen we deze jeugd niet uit het oog verliezen. Politieke strijd richt zich primair tegen structuren, niet tegen individuen. Het progressieve project mag niet vervallen in essentialisme, maar tracht een algehele reconfiguratie van identificaties tot stand te brengen.

  1. Baudrillard, J., ‘The implosion of meaning in the media’ in Simulacra and Simulation (Ann Arbor : University of Michigan press, 1994). 
  2. Adorno, T., ‘Resignation’ in Critical models: inventions and catchwords (New York: Columbia University Press, 1998).
  3. Etienne Balibar, Politics and the Other Scene (Londen: Verso, 2002).
Lorenzo Buti
Lorenzo Buti is mede-oprichter van Mondig. Hij is master in de economie aan de KU Leuven en master in de Europese studies aan de London School of Economics. Hij werkt in het academiejaar 2017-2018 een master in de wijsbegeerte (KU Leuven) af.