Kan progressief links nog succesvol mobiliseren?

Over de nationale manifestatie tegen racisme en discriminatie

In de aanloop van de nationale manifestatie tegen racisme en discriminatie op 24 maart 2018 stuitten we op veel moeilijkheden om vrienden en kennissen te mobiliseren. De aanwezige bewegingen en partijen herkenden zich echter niet in onze mobilisatieproblemen. Volgens ons omdat ze enkel binnen hun eigen netwerk werken. Zo leek de grote parade tegen racisme en discriminatie soms op een grote verzameling van kleine parades. Niet elke betoging blijkt dus even succesvol. Ruth-Marie Henckes en Simon J. Bellens onderzochten waarom.

Auteurs: Ruth-Marie Henckes & Simon J. Bellens

Foto: Sarah Wagemans

‘Oh manneke, betogen, da’s niks voor mij. Maar nadien een koffietje?’ Mensen mobiliseren voor politieke evenementen is altijd een test voor je geloof in de mensheid. Het gemak waarmee mensen het voorstel afslaan is treffend. Alsof ik net gevraagd had om samen te gaan joggen. Het is gewoon je ding niet, punt. Daar moet je zelfs niet even over nadenken.

Het lijkt wel alsof demonstreren een excentrieke hobby is, zoals pottenbakken of vogelspotten. Niets voor mij. Hoewel diezelfde mensen ook een inclusieve en gelijke samenleving willen, hebben zij niet hetzelfde gevoel van urgentie en noodzaak. Betogen is dan een wankele brug te ver.

Ondanks onze eigen teleurstellende mobilisatie verloren we elkaar in de zee van betogers die zich op het voorplein van het station Brussel-Noord hadden verzameld. Een breed spectrum aan burgerbewegingen, vzw’s en politieke partijen kwamen samen ter gelegenheid van de internationale dag tegen racisme om alle soorten onrechtvaardige discriminatie te markeren op de politieke agenda.

Het lijkt wel alsof demonstreren een excentrieke hobby is, zoals pottenbakken of vogelspotten

Cynische en minder cynische geesten plaatsen wel eens vraagtekens bij dit soort betogingen. Wat haalt het uit? Wat doet het ertoe of jij meeloopt? Racisme bestrijd je toch niet door verkeersopstoppingen te veroorzaken? Maar de vraag is of iemand er ook maar een seconde bij stil zou staan dat racisme en discriminatie politieke problemen zijn en dus op de politieke agenda horen te staan als er niet jaarlijks een vijf- à tienduizend zotten hun vrije middag gaven aan ‘de goede zaak’.

Stilleven van de nationale manifestatie

Aan het station was de militante sfeer zonder meer aanstekelijk. Zelfs de nieuwelingen die we toch hadden weten te betrekken – de lentezon was niet onbelangrijk – waanden zich goedhartig activist. Omgeven door muziek, flyers en een goedgeluimde opwinding werden we al snel bij de arm gegrepen door een jongedame van Red Fox, de scholierenvereniging van de marxistisch-communistische PvdA.

Foto: Solidair

Terwijl we haar petitie voor meer diversiteit op Brusselse scholen tekenden, vertelde ze gedreven over het enthousiasme van de links-progressieve tieners. Zij herkende zich niet in onze mobilisatiemoeilijkheden. Integendeel, jongeren werden juist steeds meer politiek bewust, vond ze, en waren ook vaker bereid om voor hun idealen de straat op te komen.

Ongeaffilieerd dwaalden we door de harmonicafile van activistische groepen en politieke bewegingen. We passeerden een kleine delegatie van Groen, die ongelukkigerwijs op dezelfde dag een nationaal ledencongres hielden. Talrijker en luider waren de militanten van de PvdA. Net als de groep sans-papiers klonken hun slogans onophoudelijk en vol overtuiging. ‘This is what democracy looks like.’

Minstens even aanwezig en oorverdovend wandelde een op elkaar gepakte verzameling Koerden en Koerdische sympathisanten mee in de grote parade. Onmiskenbaar ging er van hen andere sfeer uit. Dwingender, misschien wel woedender.

Afrin en de Koerdische betoging

Kan je een betoging hijacken? We stelden ons de vraag toen we beseften hoe massaal de Koerdische vertegenwoordiging was zonder een zaak te maken van racisme als breed en wijdverspreid gegeven. Hier schreeuwden een tweehonderdtal verontwaardigde mensen met anti-Erdogan spandoeken en Koerdische vlaggen hun ongeloof uit over de wreedheden in Afrin en de schijnbare internationale apathie.

Het is nu eenmaal gemakkelijker om te mobiliseren tegen een genocide dan tegen racisme

Sinds een aantal weken is Afrin in handen van het Turkse leger. Het Koerdische vrouwenleger en de Volksbeschermingseenheden die in de strijd tegen IS het voortouw namen, trokken zich terug na Turkse belegeringen in samenwerking met Syrische islamitische milities. Afrin is nu een bloedbad waar al honderden burgers het leven lieten. i

Natuurlijk is het in dit geval mogelijk van een racisme te spreken, waarmee de wreedheden in Afrin de gedaante van een genocide krijgen. Een Turks heerserras, gemotiveerd door een militant en militair nationalisme dat geen andere natie, ras of genus in zijn volkslijn kan verdragen, veegt een concrete Koerdische gemeenschap van de kaart.

‘Het is nu eenmaal gemakkelijker om te mobiliseren tegen een genocide dan tegen racisme’, verklaarde een Koerdische vrouw. Qua urgentie kan dat tellen en het gebrek aan nieuwsaandacht en politieke empathie voor wat er gebeurt in het noorden van Syrië versterkt alleen maar de waarde van hun luide stem.

Racisme als probleem op zich maakte echter geen deel uit van hun betoog. Voor hen gold alleen de concrete en wrede expressie van racisme in een genocidisch tafereel. Misschien bekroop ons daarom een ongemakkelijk gevoel. Het leek alsof hun particuliere boodschap de gedeelde verzuchting overstemde.

Foto: Sarah Wagemans

Wij zeggen niet dat racisme alleen als idee bestreden moet worden. Wij zeggen ook niet dat er een racisme bestaat buiten de concrete expressies. Het ongemak dat ons overviel toen we de Koerdische gemeenschap passeerden, was alleen te wijten aan een intuïtie dat hun verontwaardiging over de genocide in Afrin niet overging in of mengde met de verontwaardiging over racistische expressies waartegen andere bewegingen scandeerden.

Ieder zijn eigen kleine parade

Maar was dit ervaren ongemak exclusief te wijten aan de Koerdische verzameling? Was hun optocht in wezen anders dan die van de andere groepen? Kwamen Be.One, Groen, sp.a en PvdA ook niet op voor hun eigen agenda? Sommige burgerplatformen leken hun parade enkel tegen Bart De Wever en Theo Francken te richten, in plaats van racisme en discriminatie. Op een spandoek viel de burgemeester van Antwerpen uit een boot in de Middellandse Zee. Geintje moet kunnen, natuurlijk.

Slechts een minderheid was er om geheel of gedeeltelijk de gezamenlijke eisen van de platformtekst expliciet te onderschrijven.ii Steeds vanuit een eigen concrete ervaring met discriminatie, zoals de sans-papiers of een groep gesluierde vrouwen, maar wel in samenhang met andere ervaringen.

Ideologische eensgezindheid bedekt als een warme mantel de onderliggende verdeeldheid. Geen verdeeldheid van schervenstukken, die slechts met zure chemische lijm te binden zijn, maar niettemin een wezenlijke verdeeldheid. De betogende groepen sloten op elkaar aan in een uitgerokken parade, maar het aansluiten leek soms wel een tiental meter te duren.

Verdeeldheid binnen linkse bewegingen is even traditioneel als het zingen van de Internationale of het uitbouwen van de sociale zekerheid

Deze verdeeldheid werd nogal pijnlijk duidelijk toen we iemand spraken van de Stroming voor een Antikapitalistisch Project (SAP). De initialen zijn de opvolger van een gelijkluidende afkorting: Socialistische ArbeidersPartij. ‘Intersectioneel, revolutionair en democratisch’ wenst de opvolger van de Socialistische ArbeidersPartij zich niet meer als partij te engageren, maar wel op termijn mee te werken ‘aan de opbouw van een revolutionaire massapartij’.

Daarom zal een aantal militanten de komende verkiezingen opkomen op lijsten van de PvdA. ‘Vooral in Vlaanderen, daar zijn we minder een bedreiging voor de mensen van PvdA zelf. In Wallonië en Brussel hebben ze al meer verkozenen. In Vlaanderen nog niet.’ Zo’n intern machtsgewriemel maakt je een beetje cynisch.

Al wandelend ging het verwijt aan de PvdA steeds pertinenter klinken. SAP had het moeilijk met de organisatie van de partij. ‘Wij zijn nogal gesteld op interne democratie, vrijheid van debat. Bij PvdA+ is het allemaal erg gecontroleerd, centralistisch. Ze zijn wel aan het veranderen, maar ze willen de verandering controleren.’

Verdeeldheid binnen linkse bewegingen is even traditioneel als het zingen van de Internationale of het uitbouwen van de sociale zekerheid. De enige gedegen reden hiervoor is ongetwijfeld dat marxisten ontzettend weldenkende mensen zijn die aan de kleinste details van hun rationele maatschappijkritische overtuiging trouw willen blijven.

Cruciaal aan deze verklaring is de bepaling ‘dat het mensen zijn’; die vechten, macht lekker vinden, het zelf beter weten, vrienden hebben en andere mensen met wie ze minder goed opschieten. Dat is in een grote manifestatie tegen racisme en discriminatie niet anders.

Waarom de verdeeldheid blijft

Op 24 maart verzamelden de verenigingen, bewegingen, stromingen en partijen zich in een gezamenlijke optocht tegen racisme en discriminatie. Je hoeft er niet aan te twijfelen dat de partijen die nu zo broederlijk in elkaars voetstappen wandelen, binnenkort elkaars tegenpolen zijn. In verkiezingstijd neemt Groen mooi afstand van het communistische PvdA. En no way dat ook maar één van beide electorale baten ziet in een verbroedering met het Be.One van columnist en activist Dyab Abou Jahjah.iii

Wat was dan het element dat al deze verschillende parades met afzonderlijke wensen en soms tegenstrijdige opvattingen samen hield in één betoging? Klaarblijkelijk niet de pamflettekst met de zes opgestelde eisen van de organisatie. Eerder een gedeelde afkeer van een huidig regeringsbeleid dat in niets tegemoetkomt aan de intense verzuchtingen van mensen uit allerlei achtergestelde klassen.

Een beleid ook dat zich in de wet meermaals recht tegenover deze klassen heeft opgesteld. Alle mensen met een niet-Belgische achtergrond herinneren zich zeer goed de vreemdelingenwet van Theo Francken, die het mogelijk maakt om mensen met een andere nationaliteit op basis van een vermoeden en zonder rechterlijke controle het land uit te zetten. En ze onthouden hiervan angstig dat een andere nationaliteit, een andere achtergrond, zelfs een andere kleur, niet welkom zijn in dit land. Een beleid bovendien dat regeringspartijen vertolken die schaamteloos op de kap van deze klassen electoraal proberen te winnen en zich hier communicatief zeer vijandig in opstellen.

Het ontmenselijkende van de huidige regering is de problematiek waaruit de eenheid van zeer diverse groepen opstijgt. Maar door afzonderlijke groepen te blijven, maken ze duidelijk dat ze niet loskomen van de problematiek waaruit ze ontstaan. Ze blijven hangen in hun afkeer tegen N-VA en andere regeringspartijen, in hun afkeer tegen een neoliberaal, xenofoob en polariserend beleid.

Om een echte wervende kracht te krijgen, moet je loskomen van je ontstaansgrond. Anders blijft het steeds een woedend-zijn, een oppositioneel-zijn, een reactief-zijn, een bijzonder of particulier-zijn.iv Terwijl je net een nieuwe wereld zonder racisme probeert aan te kondigen die niets meer met jouw bijzondere eisen en problemen te maken heeft.

Utopie van het betogen

In een goedkope psychoanalytica is de N-VA een ouderwets soort vaderfiguur, die een diverse samenkomst van bewegingen verwekt, maar die je ook weer moet vermoorden om tot volwassenheid te komen. Zolang de afkeer van xenofoob populisme het haalt van een eigen utopische overtuiging, een utopische wereld waarin racisme en discriminatie niet eens meer denkbaar zijn en die uit een gezamenlijke optocht oprijst, is de grote parade gedoemd een kinderlijke grote verzameling van kleine parades te blijven.

Foto: Kim Sattler

Geen wonder dus dat niemand waarmee we spraken zich herkende in de mobilisatieproblemen die wij hadden ervaren. Zolang je mobiliseert binnen je eigen netwerk, stuit je op enthousiasme. Pas wanneer je daarbuiten treedt, komen de moeilijkheden. De cynische vragen, de korte afwijzingen. Alsof je vraagt om samen te gaan joggen. Zo blijft elk mogelijk wervend verhaal echter ook hopeloos versnipperd.

Waren we dan beter thuis gebleven? Het is gemakkelijk om te vervallen in cynisme en vragen naar de impact van jouw aanwezigheid in zo’n versplinterde parade. Zeker als ‘millennial’ die graag een eigen voetafdruk nalaat is het gebrek aan individuele impact in betogingen een grote barrière. Maar het is net het onbepaalde collectief van ongeaffilieerde burgers dat kan rondzwerven tussen links-progressieve groeperingen en toevallige ontmoetingen kan aangaan.

Een collectief aan simpele burgers die willen demonstreren voor verandering, los van politieke agenda’s, kan écht verandering brengen, door een veelheid aan kleine parades samen te brengen. En in dat collectief ervaar je heel even die utopie waarvan je droomt, waar gelijkgezinden samen mobiliseren, demonstreren en scanderen. Zo komt langzaam de verandering.

De betoging wordt zelf de utopie

Betogingen kunnen heerlijk opzwepen. In het betogen zelf kan je soms een glimp opvangen van de utopie die ons in een gouden toekomst te wachten staat. Daaruit stijgt een heel specifiek soort vrijheid op. Waarbij ieder voor een seconde de leiding kan nemen. Je roept een slogan en zonder machtsverschil echoot deze slogan in alle windstreken van de optocht.

Een seconde later is het weer iemand anders die het ritme en de woorden dicteert. Er ontstaan omzwervingen en ontmoetingen doorheen de chaotische en wispelturige stroom die de optocht is. Die verwarrende omzwervingen en toevallige ontmoetingen zijn de utopie zonder racisme en discriminatie op zich. De betoging wordt zelf de utopie. Daarom is de ene betoging succesvoller dan de andere.

Simon J. Bellens
Simon J. Bellens studeerde politieke wetenschappen en wijsbegeerte en is mede-oprichter van Mondig.